Cultuur

Bunkers

Duin bunker De Cocksdorp

Texel vervulde samen met Den Helder een belangrijke rol in de Nederlandse kustverdediging. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog werd er op Texel dan ook al hard gewerkt aan een kustbatterij. Deze batterij, 'Batterij Den Hoorn', bestond uit een vuurleidingsbunker en drie geschutsopstellingen. In de loop van de oorlogsjaren veranderde Texel langzaam in een grote vesting, waarvan wordt aangenomen dat deze uit minimaal 500 bunkers bestond.

Tot de laatste maanden van de bezetting verliep de oorlog vrij rustig op Texel, totdat de 'Opstand van de Georgiërs' uitbrak. Van alle gebouwde bunkers op Texel zijn er nog een aantal over. De meeste bunkers in de kuststrook zijn gesloopt.

Meer informatie:

Dialect

Van oorsprong wordt op Texel dialect gesproken. Texelaars spreken niet van 'Teksel', maar zeggen 'Tessel'. Ook een woord als deksel wordt uitgesproken als 'dessel'. In het 'Tessels' zijn invloeden uit diverse vreemde en oude talen merkbaar. In de gezegden in Texels dialect, de zogenaamde sééggies, valt vooral de invloed van de schapenhouderij en de visserij op. Zo zegt men bijvoorbeeld van iemand die doelloos heen en weer loopt, dat 'Hee lóópt os een mál skéép' (Hij loopt als een mal schaap). Tegenwoordig wordt het dialect nauwelijks meer gesproken.

Meer informatie:

Krabbetjes vangen in Oudeschild

Krabbetjes vangen

In de haven van Oudeschild worden door de visserboten restanten vis bij het schoonmaken van de schepen in het havenwater geloosd. Dit is een feestmaal voor krabbetjes, die dan ook in grote getale in de haven leven. Het zelf vangen van krabbetjes is urenlang vermaak voor jong en oud. De benodigdheden zijn: een (houten) wasknijper, vier meter vislijn, een stokje van ongeveer 15 centimeter lang, een plat steentje ter grootte van een 50 eurocent muntje en een paar plakjes ham.

De vislijn wordt aan het stokje geknoopt en opgerold. Het uiteinde van de vislijn wordt door het oogje van de wasknijper gehaald en vastgeknoopt. Een stukje ham en het steentje worden in de wasknijper geklemd. Het krabbetjesvangen kan beginnen!

De meeste krabbetjes leven op de bodem van de haven in de buurt van de vissersschepen. Ze laten zich normaal niet zien. Het volstaat om de wasknijper in het water bij de houten palen door het water heen en weer te halen. Na een paar minuten is de interesse van de krabben gewekt en komen ze te voorschijn uit hun schuilplaatsen. Zodra een krabbetje zich aan de wasknijper heeft vastgeklemd, kan deze worden opgehaald.

Na het vangen willen de krabbetjes graag terug het water in!

Meierblis

 Meierblis

Elk jaar op 30 april worden tegen zonsondergang op diverse plaatsen op Texel de zogenaamde 'Meierblissen' aangestoken. In de weken voorafgaand hieraan wordt door kinderen brandbaar materiaal verzameld. Het bijeengebrachte materiaal wordt op 30 april aangestoken, waarbij de aanwezigen rondom het vuur staan en aan ijzerdraad geregen aardappelen poffen. De kinderen smeren elkaar met roet in. De 'Meierblis' vormt een vreugdevuur, waarmee de komst van de lente en het licht gevierd wordt. 'Blis' is het Texelse woord voor vuur.

Molens

Texel heeft drie actieve molens. Hiernaast staat er een rosmolen in het cultuurhistorisch museum in De Waal.

Het Noorden in Oosterend is een in 1878 gebouwde 'achtkante bovenkruier'. Hij bemaalde de 791 ha grote polder in het noordoosten van Texel, op de binnendijks gelegen bergboezem of kolk, welke bij laag water via een uitwateringssluis in de zeedijk kon aflopen op de Waddenzee. 

De Kemphaan is een voor inmaling gebouwde 'weidemolen'. Hij staat in de polder Waal en Burg op ongeveer 1,8 kilometer ten westnoordwesten van De Waal. De molen staat in een natuurgebied dat het gehele jaar voor het publiek is gesloten.

De Traanroeier is een in 1902 als korenmolen gebouwde 'achtkante bovenkruier met stelling' die een tijd dienst deed voor elektriciteitsopwekking. Zowel vanuit zee als vanaf de landzijde gezien bepaalt hij door zijn forse afmetingen in sterke mate het gezicht van Oudeschild.

Ouwe Sunderklaas

Elk jaar op 12 december wordt door de Texelaars 'Ouwe Runderklaas' gevierd. De kinderen gaan 's middags en de ouderen 's avonds verkleed en gemaskerd de straat op om op humoristische wijze zaken aan de kaak te stellen die in dat jaar op het eiland voorgevallen zijn. Hiervoor worden borden met tekst gebruikt en wordt om herkenning te voorkomen met verdraaide stem gesproken. Na dit zogenaamde 'speulen' wordt het feest tot in de kleine uurtjes voortgezet in de cafés. Oorspronkelijk vond het feest in de huiskamers plaats; alleen in De Cocksdorp gebeurt dit tegenwoordig nog.

Sommeltjes

Sommeltjes zijn mythische wezens uit volksverhalen van Texel. Sommeltjes zijn een soort aardmannetjes of trollen die in het maanlicht zouden dansen op de Sommeltjesberg, een sinds lang afgegraven grafheuvel bij De Waal. Als ze in het zonlicht komen, verstenen ze. In het Nationaal Park Duinen van Texel is door Staatsbosbeheer een Sommeltjespad gemaakt in het bos aan de Pelikaanweg. Langs deze route kunnen allerlei versteende sommeltjes bewonderd worden.

Meer informatie:

Strandjutten

Strandjutten is het zoeken op het strand van aangespoelde spullen. Het jutten is ontstaan uit pure armoede. Mensen zochten op het strand naar spullen die ze konden gebruiken. Wrakhout ging in de kachel of er werden schuren van gebouwd. Tegenwoordig is strandjutten op Texel voor veel Texelaars een hobby.

Meer informatie:

Texel 600 jaar stad!

Het eiland Texel met zijn 7 karakteristieke dorpen (Den Burg, Oosterend, De Waal, De Koog, De Cocksdorp, Den Hoorn en Oudeschild) werd in 1415 een stad. Texel is trots op dit 600-jarig stadsrecht en gaat het jubileum in 2015 vieren.

Meer informatie:

Volksverhalen van Texel

Texel kent vele vertellingen en andere volksverhalen. De legende van de Sommeltjes en de vele verhalen over strandjutters zijn bij velen bekend.

Meer informatie:

Copyright © 2015-2016 Tesselhoes